Focussen Vlaanderen
Contact maken met je beleving
Taal
Bijzonderheden in de taal in experiŽntiŽle theorie en filosofie

Frans Depestele (2015)

 

            Onze gewone manier van denken deelt alles wat we bestuderen op in stukken, het is een denken dat scheidt, bijvoorbeeld er is een lichaam en er is een omgeving. We zijn allen diep doordrongen van dit soort denken. Dit denken, dat de delen als vertrekpunt neemt, is zeer vruchtbaar maar het kan een aantal wezenlijke problemen niet oplossen. Gendlin probeert in zijn theorie deze manier van denken te overwinnen.

            Daartoe ontwikkelt hij een manier van denken waar interactie als vertrekpunt wordt genomen en waar de interactie niet komt na de van elkaar gescheiden entiteiten of eenheden. Een voorbeeld van dit laatste: lichaam en omgeving zijn gescheiden en gaan dan in interactie. Met dit denken zijn we vertrouwd. De experiëntiële filosofie probeert te vatten dat lichaam en omgeving ook altijd reeds in interactie zijn, en probeert dat begrijpen onder woorden te brengen. Wat men in het interactie-eerst-denken vindt, probeert men in taal te vatten. Maar dat is meestal zeer moeilijk omdat we de eenheden-eerst-taal gewend zijn, en dit op zo’n krachtige manier dat we er bijna niet kunnen aan ontsnappen.

            Omdat we er niet aan gewend zijn, levert interactie-eerst-taal vaak eigenaardige zinnen op. Enkele voorbeelden van zulke zinnen: “De plant is de interactie met de zon”. “Het levende lichaam is een interactie met zijn omgeving”. “Elke cel is een interactie met zijn locale omgeving”. “Het lichaam van een plant bestaat fysiek uit omgevingsinteracties”. Gewoonlijk denken we dat een plant bestaat uit celmateriaal; hier wordt gezegd dat het bestaat uit omgevingsinteracties. 

Het lichaam is interactie. Als men die zin per se wil lezen vanuit het eenheden-eerst-denken, vindt men ze vreemd. Men denkt dat de juiste verwoording is: het lichaam is in interactie met zijn omgeving. Maar dit is een formulering waar de eenheden eerst zijn en waar, wat men wil zeggen vanuit de interactie-eerst-optiek, verloren gaat. Men mag dit echter niet verloren laten gaan, en zich die nieuwe formulering niet laten afnemen. Men moet vasthouden aan de ‘eigenaardige’ formulering.

Voor de lezer zijn interactie-eerst-zinnen vaak niet gemakkelijk. Men wil lezen ‘het lichaam is in interactie met de omgeving’. Maar als men voorbij het gewone lezen kan komen, en een zin als ‘het lichaam is interactie’ kan toelaten en erbij stilstaan, is het lonend. Het is een revelatie om voor de eerste keer voorbeelden te zien waarmee je kunt denken dat lichaam en omgeving één zijn. We zijn gewoon om lucht en longen als gescheiden entiteiten te denken, maar binnenkomende lucht en uitzettende longen zijn één gebeuren en kunnen niet gescheiden worden. Het vraagt dat je niet leest vanuit het eenheden-eerst-denken maar je kunt openstellen voor interactie-eerst-denken, waar het zijn van gebeurtenissen gedacht wordt vóór er een scheiding gemaakt wordt in elementen.


Download documenten :
Depestele, F. (2015) Bijzonderheden in de taal in experiŽntiŽle theorie en filosofie.
Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord in:
Paswoord vergeten?